Jonas

hier wat info die ik gevonden heb, i,k zal het samenvatten en op z'n juist plaats zetten

Eric Hermans: 'Leer- en gedragsproblemen kunnen gevolg zijn van hersenletsel'
In Nederland lijden ruim dertigduizend kinderen aan leer- en gedragsproblemen als gevolg van niet aangeboren hersenletsel. Slechts een klein deel wordt hiervoor behandeld, omdat hersenletsel vaak niet tijdig wordt herkend. D at meldde Eric Hermans, onderzoeker bij zorg-kenniscentrum Vilans op het symposium ‘Niet aangeboren hersenletsel bij kinderen’, 15 april 2008. Van hen krijgen er meer dan drieduizend op de lange termijn forse problemen, zoals gedrags- en concentratieproblemen, of een slecht functionerend korte termijngeheugen.
Volgens Hermans treedt de schade als gevolg van hersenletsel vaak pas na jaren aan het licht, omdat sommige delen van het brein zich pas later ontwikkelen. Een baby of kleuter die hard op zijn hoofd is gevallen of hoge koorts heeft gehad, kan hersenletsel hebben. Pas in de puberteit kunnen zich dan gedragsproblemen voordoen. Soms wordt dan ten onrechte de diagnose ADHD gesteld.
Hermans pleit ervoor dat kinderen na een ernstige valpartij, zeker als ze even buiten kennis zijn geweest, beter worden gescreend. Veel neurologen menen dat de hersenen van jonge kinderen zich snel herstellen. Hermans: 'Juist het tegendeel is waar. Hoe jonger het kind, hoe ernstiger de gevolgen kunnen zijn.' Verder bepleit Hermans - bij geconstateerd letsel - dat kinderen en ouders beter worden begeleid, zodat verergering van problemen worden voorkomen.
http://www.nji.nl/eCache/DEF/1/01/smartsite.dws?id=109323

Niet-aangeboren hersenletsel
Onzichtbaar…
Hersenletsel is aan de buitenkant meestal niet te zien, wat voor de omgeving verwarrend kan zijn. Onbegrip ligt dan op de loer, zeker als het letsel in de loop van het leven is ontstaan. Concentratieproblemen, prikkelbaarheid, niet kunnen relativeren, vermoeidheid, het zijn allemaal klachten die invloed hebben op de omgeving, maar in de eerste plaats op de persoon zelf.
Brain Injury is a silent epidemic in which the primary focus is on early medical/surgical matters and on early physical rehabilitation. There is little attention devoted to the long-term emotional, behavioural, social and cognitive problems.
European Brain Injury Society
…en ingrijpend
Mensen kunnen vaak niet zonder meer hun studie voortzetten of hun werk weer oppakken. Terug naar de opleiding of het arbeidsproces betekent niet alleen dat er aandacht moet zijn voor eventuele lichamelijke beperkingen, maar vooral ook voor beperkingen in uithoudingsvermogen, concentratie, geheugen, planning en organisatie. Ook veranderingen in sociaal gedrag (prikkelbaarheid, niet kunnen relativeren) kunnen belemmerend werken.
Vroegtijdige onderkenning, openheid en samen zoeken naar oplossingen kan voor alle partijen veel frustratie voorkomen.
http://www.vilans.nl/nah/

http://orde.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_397_TICH_R198044597015482

Revalidatie van kinderen met een mild niet-aangeboren hersenletsel.
Catharine Vander Linden, Kinderrevalidatiecentrum UZ Gent
Inleiding
Door een niet-aangeboren hersenletsel dat hetzij traumatisch (hersenschudding-contusie) hetzij niet-traumatisch (tumor, infectie, anoxie, intracerebrale bloeding..) ontstaat, wordt de initieel normaal evoluerende ontwikkeling van een kind plots verstoord.
Men kan verwachten dat een matig tot ernstig hersenletsel bij kinderen niet alleen kan leiden tot functionele en motorische stoornissen, maar dat evenzeer belangrijke cognitieve en psychosociale problemen kunnen ontstaan.
Dat diezelfde cognitieve en psychosociale gevolgen ook kunnen voorkomen bij een mild hersenletsel is controversieel, voornamelijk omdat er in de literatuur discussie bestaat over de definitie van een “mild hersentrauma”. Er zijn slechts enkele studies die de outcome van kinderen met een mild hersentrauma na 5 jaar of langer hebben beschreven. (1-2-3)
Definitie
Onder een mild hersentrauma wordt verstaan, een hersentrauma waarbij er geen of minder dan 20 minuten bewustzijnsverlies is geweest en waarbij geen medische interventie nodig was. (3) In enkele studies werd een mild hersentrauma geassocieerd met structurele afwijkingen, waaronder diffuse axonale beschadiging en corticale contusie (5-6).
Gevolgen van een niet-aangeboren hersenletsel
Kinderen met een mild hersentrauma vertonen een goede fysische recuperatie maar blijven vaak cognitieve problemen behouden met gedrag- en leerstoornissen. Dit zorgt voor een belangrijke terugval in de schoolprestaties en een moeilijke sociale reïntegratie. (7-8-9-10-11-12) De belangrijkste gedragsstoornissen zijn attention deficit hyperactivity disorder (13) emotionele labiliteit, vermoeidheid en een verandering van de personaliteit.
De leerstoornissen uiten zich onder de vorm van aandacht- en concentratiestoornissen, geheugenstoornissen, woordvindingsproblemen en visuele perceptiestoornissen.
De gedrag- en leerstoornissen worden gerapporteerd bij 1/3 van de ernstige hersentrauma’s, 1/4 bij de matige hersentrauma’s en 10 tot 18% bij de milde hersentrauma’s (11).
Uit een studie van Murgio et al blijkt dat kinderen met een mild hersentrauma geen significante sequellen ontwikkelen, wanneer ze initieel op het moment van het hersentrauma een normaal klinisch neurologisch onderzoek hebben en geen afwijkingen vertonen op RX en CT scan. (14).Posttraumatische epilepsie (15) komt in een minderheid van de gevallen voor.
Wanneer er echter epilepsie aanwezig is, zal de recuperatie minder vlot verlopen en blijven de neurocognitieve mogelijkheden zwak..
Een ernstig probleem bij kinderen met een niet-aangeboren hersenletsel is de belangrijke familiale belasting en stress.. Vaak resulteert dit in relatieproblemen, echtscheidingen, depressie, en financiële problemen. (14)
Factoren met een voorspellende waarde op de outcome van een kind met een niet-aangeboren hersenletsel
Er bestaat een zeer goede correlatie tussen de ernst en localisatie van het letsel en de outcome van het kind met een niet-aangeboren hersenletsel. Hoe uitgebreider het hersenletsel, hoe meer fysische en neurocognitieve sequellen men kan verwachten (11-16-17).
Eveneens blijkt de leeftijd op het moment van het ontstaan van het hersenletsel een belangrijke rol te spelen. Hoe jonger het kind is, hoe minder goed de outcome is op termijn (16-18-19). Het gegeven dat er bij jongere kinderen meer hersenplasticiteit wordt verwacht, weegt niet op tegen de plotse breuk in de normale neuromotorische en neurocognitieve ontwikkeling van het kind.
De Glasgow Coma Scale bij het eerste klinisch neurologisch onderzoek geeft een predictieve waarde in de outcome van het kind met een niet-aangeboren hersenletsel. (10-18-20-21). Een studie van Leih-Lai et al spreekt dit weliswaar tegen (22).Langdurig toegenomen intracraniële druk met cerebrale perfusiedruk onder 50 mm Hg heeft nefaste gevolgen. Ook geassocieerde extracraniële letsels zoals thoraxletsels zorgen voor meer mortaliteit en morbiditeit.
De outcome van een niet-aangeboren hersenletsel is zwakker in arme gezinnen en bij sociale deprivatie (11-17-23). Er bestaat een belangrijke bidirectionele invloed kind-gezin op de outcome van het kind met een hersenletsel. In een studie van Taylor et al (24)vindt men hetvolgende : hoe meer er familiale stress bestaat 6 maand na het ontstaan van het hersenletsel, hoe meer gedragsproblemen bij het kind worden gezien 12 maand post-trauma.
Anderzijds hoe meer het kind gedragsproblemen vertoont op 6 maand na het ontstaan van het hersenletsel, hoe slechter de familiale outcome is op 12 maand.
De gezondheidstoestand, de neurocognitieve mogelijkheden en het gedrag van het kind in de periode vòòr het hersentrauma heeft een belangrijke invloed op de outcome. (23)
Posttraumatische epilepsie (21) heeft een negatieve invloed op de gedrag- en leerstoornissen.
Multidisciplinaire revalidatie
Revalidatie van kinderen met een niet-aangeboren hersenletsel, zowel ernstig, matig als mild, vraagt een specifieke multidisciplinaire aanpak.
Als doelstellingen binnen de revalidatie stelt men voorop : het verbeteren van de quality of life zowel van het kind als van zijn gezin, sociale reïntegratie en streven naar een optimale graad van autonomie.
Wanneer men ervan uitgaat dat de hersenen de basis zijn voor een persoonlijkheid (25), dan is het eenvoudig aan te nemen dat elk hersenletsel kan zorgen voor een verandering van deze persoonlijkheid. Het heeft in de revalidatie dan ook geen enkele zin om zich te focuseren op “het kind vòòr het hersenletsel”.
De multidisciplinaire revalidatie is erop gericht om het kind te assisteren, te begeleiden en te heroriënteren om met nieuwe/andere patronen en strategieën door het leven te gaan. .
Het op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden op een “ongekend terrein” vormt de uitdaging van de revalidatie.(25)
Het is belangrijk te weten dat actueel nog steeds niet alle kinderen met een hersenletsel in een gespecialiseerd revalidatiecentrum terecht komen.
In een al wat oudere studie in Zweden (1997) werd slechts 36% van de kinderen met een ernstig hersentrauma doorverwezen naar een erkend revalidatiecentrum, slechts 12% van de matige hersentrauma patiëntjes en nog geen 5% van de kinderen met een mild hersentrauma werden multidisciplinair behandeld. (26).
In een recente populatiestudie (2004) van Hawley et al in de UK wordt beschreven dat alle kinderen met een ernstig hersentrauma worden opgevangen in een ziekenhuis en/of revalidatiecentrum, doch dat echter nog steeds 64% van de kinderen met een matig functieverlies (na een mild of matig hersentrauma) geen therapeutische follow-up krijgen.(11)
Een snelle revalidatie na het hersenletsel (ernstig-matig-mild) is essentieel voor een betere motorische en functionele recuperatie (27).
Wanneer de revalidatie onmiddellijk na de medisch intensieve fase kan worden opgestart, kunnen complicaties worden vermeden of vroegtijdig worden behandeld (28).
Het ontwikkelen van foutieve compensatoire patronen wordt tegengegaan wanneer het kind vroegtijdig kan worden bijgestuurd.
Tijdens het revalidatieproces wordt op elk moment rekening gehouden met de leeftijdsadequate normale neuromotorische en neurocognitieve ontwikkeling van het kind. Een actieve participatie van het kind in het revalidatieproces is van groot belang. Hoe ouder het kind, hoe meer eisen er door de maatschappij worden gesteld. Hoe ouder het kind, hoe meer het kind zelf zijn eigen beperkingen zal ervaren. Het kind en zijn ouders hebben beiden een verwachtingspatroon dat vaak irrealistisch is.
Kinderen willen zich steeds bewijzen, zowel voor zichzelf als voor de anderen.
Om faalangsten te overwinnen wordt het kind in het revalidatiecentrum gestuurd bij het uitvoeren van opdrachten.
De reactiemogelijkheden van het kind worden gekanaliseerd tot een doelgericht gedrag.
Evenzeer is het revalideren van het gezin een belangrijk punt. Het informeren en overleggen samen met de ouders brengt hen tot een realistische kijk op hun kind. Pas dan is verwerking en aanvaarding van het kind met zijn beperkingen mogelijk.
Voor kinderen met een ernstig hersenletsel lijkt dit evident, maar kinderen met een mild hersentrauma stuiten vaak op onbegrip met frustratie als gevolg zowel bij het kind als bij zijn naaste omgeving.
Een studie van Hawley et al bevestigt dat de gezinsstress bij een kind met een mild, matig of ernstig hersenletsel kan opgevangen worden door goede informatie, follow-up en ondersteuning. (29).
Om de sociale integratie van het kind met een hersentrauma in het gezin en zijn omgeving zo snel mogelijk op gang te brengen, is het van belang de hospitalisatieduur zo beperkt mogelijk te houden. Immers uit een studie van Emanuelson (30) is gebleken dat de belangrijkste handicap na een hersenletsel, de zwakke sociale integratie is.
Dat een kind met een mild, matig of ernstig hersenletsel multidisciplinair moet worden behandeld, is actueel voor ieder een evidentie.
Recenter wordt ook steeds meer transdisciplinair gewerkt, waarbij de verschillende therapievormen (kinesitherapie, ergotherapie, logopedie, psychologie) op eenzelfde tijdstip in elkaar doorvloeien.De samenwerking met de ziekenhuisschool is eveneens een onmisbare schakel in de revalidatie.
In een kinderrevalidatiecentrum worden steeds de nieuwste behandelingstechnieken toegepast.
Hydrotherapie en hippotherapie hebben een vaste plaats in de revalidatie van kinderen met een hersenletsel.
Om spasticiteit na een ernstig hersenletsel te onderdrukken wordt soms gebruik gemaakt van het inspuiten van Botuline toxine of toediening van Lioresal intrathecaal via een electronisch gestuurde en geïmplanteerde pomp.
Besluit
De belangrijke functionele, psychosociale en cognitieve gevolgen van een mild, matig of ernstig hersentrauma rechtvaardigen een uitgebreide screening en follow-up van alle kinderen die worden gehospitaliseerd voor een hersentrauma.
De kinderen met een mild hersentrauma worden dikwijls over het hoofd gezien en ontglippen aan elke vorm van revalidatie.
Net zoals kinderen met een ernstig of matig hersentrauma, kennen kinderen met een mild hersentrauma vaak een belangrijke terugval in hun schoolse prestaties, vertonen ze gedragsstoornissen en kunnen ze zich niet gemakkelijk sociaal integreren.
Het is van essentieel belang dat deze problemen worden geëvalueerd en behandeld door een gespecialiseerd multidisciplinair revalidatieteam.
Verder onderzoek naar de lange termijn gevolgen van een mild, matig of ernstig hersentrauma op kinderleeftijd, dient te gebeuren.
Literatuur
1. Klonoff H, Clark C, Klonoff PD. Long term outcome of head injuries : a 23 year follow up study in children with head injuries. J Neurol Neurosurg Psychiatry 1993;56:410-15.
2. Wrightson P, McGinn V, Gronwall D. Mild head injury in pre-school children : evidence that it can be associated with a persisting cognitive deficit. J Neurol Neurosurg Psychiatry 1995;59:375-80.
3. Verger K, Junque C, Jurado MA et al. Age effects on long-term neuropsychological outcome in paediatric traumatic brain injury. Brain Inj 2000 Jun;14(6):495-503
4. A McKinlay, JC Dalrymple-Alford, L J Horwood at al. Long term psychosocial outcomes after mild head injury in early childhood. Journal of Neurology Neurosurgery and Psychiatry 2002;73:281-288.
5. Levin HS, Williams DH, Eisenberg HM et al. Serial MRI and neurobehavioural findings after mild to moderate closed head injury. J Neurol Neurosurg Psychiatry 1992;55:255-62.
6. Voller B, Benke T, Benedetto K et al. Neuropsychological, MRI and EEG findings after very mild traumatic brain injury. Brain Inj 1999;13:821-87.
7. Casey R, Ludwig S, Mc Cormick MC. Morbidity following minor head trauma in children. Pediatrics 1986 Sep;78(3):497-502.
8. Ong LC, Chandran V, Zasmani S et al. Outcome of closed head injury in Malaysian children : neurocognitive and behavioural sequelae. Paediatr Child Health.1998 Aug;34(4):363-8.
9. Hawley CA. Reported problems and their resolution following mild, moderate and severe traumatic brain injury amongst children and adolescents in the UK. Brain Inj.2003 Feb;17(2):105-29.
10. Campbell CG, Kuehn SM, Richards PM et al. Medical and cognitive outcome in children with traumatic brain injury. Can J Neurol Sci. 2004 may;31(2):213-9.
11. CA Hawley, AB Ward, AR Magnay et al. Outcomes following childhood head injury : a population study. Jourrnal of Neurology Neurosurgery and Psychiatry 2004;75:737-742.
12. Greenspan AI, MacKenzie EJ. Use and need for post-acute services following paediatric head injury. Brain Inj.2000 May;14(5):417-29.
13. Max JE, Arndt S, Castillo CS et al. Attention-deficit hyperactivity symptomatology after traumatic brain injury : a prospective study. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry 1998 Aug:37(8):841-7
14. A Murgio, FA Andrade,MA Sanchez Muñoz et al. International multicenter Study of head injury in children. Child’s Nerv Syst 1999.15:318-321.
15. RE Appleton, C Demellweek. Post-traumatic epilepsy in children requiring inpatient rehabilitation following head injury. Journal of Neurology Neurosurgery and Psychiatry 2002;72:669-672.
16. Anderson VA, Morse SA, Klug G et al. Prediciting recovery from head injury in young children : a prospective analysis. J Int Neuropsychol Soc. 1997 Nov;3(6):568-80.
17. Anderson VA, Catroppa C, Haritou F et al. Predictors of acute child and family outcome following traumatic brain injury in children. Pediatr Neurosurg. 2001 Mar;34(3): 138-48.
18. TO Odebode AM Abubakar. Childhood head injury : causes, outcome, and outcome predictors. Pediatr Surg Int 2004 20:348-352.
19. Verger K et al. Age effects on long-term neuropsychological outcome in paediatric traumatic brain injury. Brain Inj 2000 Jun; 14(6):495-503.
20. Michaud LJ, Rivara FP, Grady MS et al. Predictors of survival and severity of diability after severe brain injury in children. Neurosurgery.1992 Aug;31(2):254-64.
21. Kieslich M, Marquardt G, Galow G et al. Neurological and mental outcome after severe head injury in childhood : a long-term follow up of 318 children. Disabil rehabil.2001 Ocy 15;23(15):665-9.
22. Leih-Lai MW et al. Limitations of the Glasgow Coma Scale in predicting outcome in children with traumatic brain injury. J Pediatr 1992 Febr; 120(2P1):195-9.
23. Greenspan AI, MacKenzie EJ. Funcitonal outcome after pediatric head injury. Pediatrics.1994 Oct;94(4Pt1):425-32.
24. Taylor HG, Yeates KO, Wade SL et al. Bidirectional child-family influences on outcomes of traumatic brain injury in children. J Int Neuropsychol Sos 2001 Sep;7(6):755-67
25. Hill H et al. Taumatic brain injury: a view from the inside. Brain Inj 1999 Nov; 13(11): 839-44.
26. Emanuelson I, Wendt L. Epidemiology of traumatic brain injury in children and adolescents in south-western Sweden. Acta Paediatr 1997 Jul;86(7):730-5.
27. Mazaux JM et al. Early rehabilitation after severe brain injury : a French perspective, J Rehabil Med 2001 Mar;33(3):99-109.
28. Bontke CF, Boake C. Traumatic brain injury rehabilitation. Neurosurg Clin N Am 1991 Apr;2(2):473-82
29. Hawley CA, Ward AB, Magnay AR et al. Parental stress and burden following traumatic brain injury amongst children and adolescents. Brain Inj. 2003 Jan;17(1):1-23.
30. Emanuelson I, von Wendt L,Beckung E. Late outcome after severe traumatic brain injury in children and adolescents. Pediatr Rehabil 1998 Apr-Jun;2(2):65-70
Dr. Catharine Vander Linden, Kinderrevalidatiearts
Kinderrevalidatiecentrum UZ Gent, 2e verdiep Kliniekgebouw 5, De Pintelaan 185, 9000 Gent
Secretariat Kinderrevalidatiecentrum : 09/240.33.35, e-mail : eb.tnegzu|nednilrednav.c#eb.tnegzu|nednilrednav.c

http://www.vzwcoma.be/index.php?option=com_content&task=view&id=148&Itemid=81

Bureau J.I.M.
Bureau J.I.M. biedt jeugdhulpverlening door onafhankelijke begeleiding van probleemjongeren en zeer moeilijk opvoedbare kinderen.

Ouders melden zich bij ons met vervelend en agressief gedrag van hun kind of als hun kind last van faalangst en gevoelens van mislukken heeft. De schijnbaar onoverkomelijke problemen van een kind geven vaak ernstige problemen op school en thuis. Deze cirkel van negativiteit is te doorbreken.
Bureau J.I.M. is er voor 'moeilijke' kinderen. Persoonlijke jeugdhulpverlening voor pubers die vastlopen binnen hun persoonlijke ontwikkeling door teveel agressie, en voor kinderen die in de knoop zitten met zichzelf en hun omgeving. Bureau J.I.M. helpt kinderen negatief gedrag en slecht zelfbeeld positief te veranderen.

Wij coachen, trainen en begeleiden jongeren in de omgeving Rotterdam direct en individueel. Wij hebben geen wachtlijsten of wachttijden zoals bij andere jeugdzorg hulpinstanties. Welkom bij Bureau J.I.M.
Wat doen wij voor uw "probleemkind":
Wij adviseren en begeleiden u en uw kind met de problemen op school en thuis.
Denk hierbij aan ruzie maken, opstandig gedrag en problemen met autoriteit en leraren, ouders of vrienden. Wij helpen ook als uw kind moeilijk tot niet mensen, familie en vrienden vertrouwt.

Meer informatie over onze leerdoelen, vindt u hier.

Welke probleemjongeren helpen wij:
 Wij helpen uw kind om negatief en agressief gedrag in postitief gedrag te veranderen
 Wij helpen uw kind faalangst te overwinnen
 Wij helpen uw kind depressieve gevoelens te herkennen en daarvoor hulp te zoeken
 Wij helpen uw kind bij slechte resultaten op school.
Wanneer aanmelden:
Ouders en jongeren melden zich bij ons aan als door het gedrag of houding van het kind alles fout gaat of dreigt te gaan.
Bij "probleemkind" denken wij specifiek aan jongeren met gedragsproblemen, jongeren met faalangst, jongeren die mislukken op school, jongeren met problemen met ouders en medestudenten, jongeren die veel ruzie hebben en niet op kunnen schieten met hun omgeving, jongeren die ondoordringbaar zijn, jongeren die niet lekker in hun vel zitten, … Jongeren voor wie psychiatrische hulp nog een stap te ver is, maar die zonder gerichte bijsturing het zichzelf veel moeilijker maken dan nodig.
Waarom wij succes hebben:
De oprichter van Bureau J.I.M. (Eddie Bisschop), past al 20 jaar met veel succes op scholen voor speciaal onderwijs zijn unieke Eemsmethode op probleemjongeren toe. Door de benadering met de speciale eemsmethode maakt hij van uw "probleemkind" weer een "fijn" kind.
Eddie Bisschop bereikt bij meer dan 80% van zijn leerlingen in de omgeving Rotterdam een positieve houding door Sociale Vaardigheidstrainingen.
De positieve gedragsverandering van uw kind is lang voor het einde van zijn intensieve begeleiding en coaching duidelijk zichtbaar!
In Persoonlijke Sessies brengt uw kind, één of meerdere keren per week, bij Bureau J.I.M. tijd door en wij coachen, trainen en begeleiden uw "probleemkind", waardoor het een positieve houding en levensplezier terugkrijgt.

Onze tarieven zijn op uurbasis èn in overeenstemming met uw financiële mogelijkheden.

Bureau J.I.M. is verder niet verbonden aan Justitie, RIAGG of overheid. Ook zijn wij geen specialistische psychiatrische instelling. Wij hebben geen verblijfsmogelijkheden. Wij zijn voorlopig alleen werkzaam in de provincie Zuid-Holland en Noord-Brabant, primair gericht op de omgeving Rotterdam.

Onze jeugdhulpverlening is laagdrempelig en wij zijn er voor ù - zonder wachtlijst of wachttijd. Welkom Home bij Bureau J.I.M.

Centrum zitstil

• Missie

Centrum ZitStil geeft informatie, vorming, training, ondersteuning en onderneemt maatschappelijke actie om alle personen die geconfronteerd worden met ADHD, zoals onder andere - maar niet gelimiteerd tot - jongeren, volwassenen, ouders en familieleden van personen met ADHD, begeleiders, jeugdmonitoren, opvoeders en hulpverleners, werkgevers, artsen - optimaal te laten functioneren zodat de gevolgen van de ontwikkelingsstoornis maximaal beheerst kunnen worden.

Centrum ZitStil streeft naar gelijkheid van kansen, het doorbreken van sociaal isolement en naar het vergroten van maatschappelijke participatie.

Centrum ZitStil organiseert activiteiten en ontwikkelt en implementeert producten, diensten en methoden, zowel in de sector van en volgens de methode van het sociaal-cultureel werk, als in de onderwijs- en opleidingssector. Begeleiding en coaching van/in de professionele loopbaan en in de gehele levensloop behoren ook tot de opdracht van de vereniging.

Centrum ZitStil komt op voor de belangen van mensen die geconfronteerd worden met ADHD.

Centrum ZitStil vervult een laboratoriumfunctie door het opvolgen en aansturen van gericht wetenschappelijk onderzoek en het ontwikkelen van nieuwe zienswijzen en ideeën. Ze vervult een voorhoedefunctie bij maatschappelijke activering en beleidsvoorbereidend werk.

• Werking

Centrum ZitStil is een vzw waar een ploeg van 16 mensen werkt.
Gedrags- en andere psychologen, sociaal-culturele werkers, administratieve krachten en een communicatiemedewerker werken onder leiding van een directeur en onder de vleugels van een gedreven raad van bestuur aan de realisatie van de doelstelling en missie.

Centrum ZitStil wordt daarbij ondersteund door een grote groep vrijwilligers: mensen in de Raad van Bestuur en in de Algemene Vergadering, de adviesraad van ouders, de vrijwilligers in de verschillende regio’s, jongeren en volwassenen met ADHD, hun families, partners, kinderen …

Centrum ZitStil onderhoudt een groot netwerk aan contacten in de gezondheids- en welzijnsector, de onderwijswereld en op de arbeids- en tewerkstellingsterreinen.

Centrum ZitStil maakt deel uit van de federatie Vijftact.

Voor haar werking ontvangt centrum ZitStil subsidies, projectgeld en giften van: Koning Boudewijnstichting, Steunraad Antwerpen, Janssen-Cilag, Eli Lily, Novartis, Nationale Loterij, Rotary Lier, Alcatel, Securex, Vlaams Agentschap Sociaal Cultureel Werk voor volwassenen, Vlaams subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie, Sociaal Fonds Sociale Maribel voor de Socioculturele Sector van de Vlaamse Gemeenschap, Sociaal Fonds voor het Sociaal-Cultureel Werk van de Vlaamse Gemeenschap, Provincie Antwerpen - dienst Welzijn, Vlaams Agentschap Welzijn en Gezondheid, verschillende particulieren, bijdragen cliënten.

Centrum LUMC

Missie en Visie

De stichting Curium-LUMC, Academisch centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie, stelt zich in haar statuut als doel ten dienste van het algemeen belang 'curatieve en preventieve hulp te verlenen aan kinderen en jeugdigen, in het bijzonder de observatie, verpleging en behandeling van kinderen en jeugdigen voor wie de emotionele, cognitieve en/of sociale ontwikkeling in de omstandigheden waarin ze leven is vastgelopen of ernstig wordt bedreigd'. Curium-LUMC wil dit doel bereiken door al haar kerntaken (patiëntenzorg, onderzoek, opleiding en onderwijs) op het hoogst mogelijke niveau uit te voeren.

Kwaliteit

Curium-LUMC streeft er dan ook naar de hoogst mogelijke kwaliteit te bieden op het gebied van de kinder- en jeugdpsychiatrische diagnostiek /onderzoek en behandeling, waartoe ook zorg en aandacht voor de patiënten en hun gezinnen behoren. Deskundig, inspirerend en concreet zijn hierbij de kernwaarden.

Onderzoek

Op het gebied van wetenschappelijk onderzoek wil Curium-LUMC tot de nationale top blijven behoren en de internationale positie versterken. De interactie van onderzoek en patiëntenzorg vormt de basis voor het beleid. Curium-LUMC voorziet in diagnostiek en behandeling over de gehele breedte van de kinder- en jeugdpsychiatrie met een aantal bewust gekozen specialisaties. Op deze manier kan Curium-LUMC haar maatschappelijke functie op het gebied van innovatie van de zorg uitoefenen.

Kennis

De positie van Curium-LUMC op het gebied van onderzoek en patiëntenzorg, als kenniscentrum en innovater van zorg, brengt verantwoordelijkheden met zich mee ten aanzien van de verspreiding van kennis en vorming van behandelaars en wetenschappers. Door actief onderwijs te bieden aan studenten geneeskunde, gedragswetenschappers en sociaal pedagogische hulpverleners (SPH) wil Curium-LUMC bijdragen aan de vorming van behandelaars en wetenschappers met een kritisch wetenschappelijke houding en wetenschappelijke nieuwsgierigheid.

Kernwaarden Curium-LUMC: Deskundig - Inspirerend - Concreet

De medewerkers van Curium-LUMC zijn deskundig en stralen dit ook uit. Er wordt veel gedaan aan deskundigheidsbevordering en kennisoverdracht, zowel intern als extern.
Curium-LUMC wil een inspirerende werkomgeving zijn, maar ook een inspiratiebron voor patiënten en hun ouders. Inspirerend en motiverend door de manier van communiceren en in de omgang met patiënten, ouders en elkaar.
Curium-LUMC wil concreet en duidelijk zijn in wie en wat we zijn, in wat we te bieden hebben en in wat we van elkaar kunnen verwachten. Concreet in de communicatie naar elkaar toe, geen verborgenheid, ook concreet over onze mogelijkheden en onmogelijkheden, een concreet verwachtingspatroon voor patiënten, ouders, verwijzers, collega-instellingen, samenwerkingspartners en (nieuw) medewerkers.

De Lovie (Centrum Voor mensen met een handicap)
De Lovie staat in voor een kwaliteitsvolle ondersteuning van mensen met een verstandelijke handicap, via meerdere dienstverleningsvormen en op verschillende vestigingsplaatsen in de Westhoek.
De Lovie ijvert ervoor haar sociale missie te versterken met tal van initiatieven die de verwevenheid en integratie in de maatschappij bevorderen. De Lovie reikt daarvoor de hand naar erfgoed, natuur, toerisme, kunst, gastronomie en muziek. Een groot geloof in de mogelijkheden van en de positieve beeldvorming rond mensen met een verstandelijke handicap zijn de voornaamste drijfveer in deze bijzondere projecten.
• Dienstverlening
De Lovie begeleidt jongeren en volwassenen met matig, ernstig of diep verstandelijke handicap. Bijkomende zorgvragen of problematieken (autisme, neurologische of gedragsproblemen, fysieke beperkingen, …) leiden tot doorgedreven specialisaties op diverse terreinen. De Lovie beschikt over een eigen medische dienst en omringt bewoners ook in de laatste levensfase met een mantel van zorg en nabijheid. De dienstverlening aan mensen met een verstandelijke handicap gebeurt 24u op 24 op het vlak van wonen, werken en vrije tijd. De Lovie streeft zo veel mogelijk naar zorg op
• Gedragsproblemen
De Lovie begeleidt mensen met gedragsproblemen. Deze doelgroep kan verder in subgroepen worden gedifferentieerd op basis van enerzijds klassieke criteria (niveau, sociale zelfredzaamheid,…) en anderzijds de noties "psychische draagkracht" en "psychische aanspreekbaarheid". Dat iemand intellectueel iets kan maar psychisch het helemaal niet aankan, is voor veel mensen ook realiteit.

De complementaire noties psychische draagkracht en psychische aanspreekbaarheid zijn zeer bruikbaar in het dagelijkse begeleidingswerk.

De Lovie begeleidt ook mensen met extreme gedragsproblemen in Ter Dale 1 .

Om onze begeleiding van mensen met verstandelijke handicap met gedragsproblemen beter te ondersteunen en te sturen, heeft De Lovie een beleidsvisie uitgeschreven.
http://www.delovie.be/index.php/dienstverlening/gedragsproblemen.html
De Lovie

CLB (Cerntrum Voor Leerlingenbegeleiding)
Een centrum voor leerlingenbegeleiding of CLB is een dienst waarop leerlingen, ouders, leerkrachten en schooldirecties een beroep kunnen doen voor informatie, hulp en begeleiding.
In een CLB werken onder andere artsen, maatschappelijk werkers, pedagogen, psychologen, psychologisch assistenten en verpleegkundigen. Naargelang van de plaatselijke behoeften en omstandigheden kunnen er ook logopedisten, kinesisten, e.a. werkzaam zijn.
Die verschillende vakmensen werken samen in een (multidisciplinair) team om het welbevinden van leerlingen te bevorderen doorheen hun schoolloopbaan. Het gaat er dus om de leerling zich goed te laten voelen zodat hij zijn kennis en vaardigheden in de beste omstandigheden kan ontwikkelen. Daarom is het belangrijk dat de verschillende vakmensen van een CLB in team werken.
Een CLB kan leerlingen op vier domeinen begeleiden:
• het leren en studeren;
• de schoolloopbaan;
• de preventieve gezondheidszorg;
• de sociaal-emotionele ontwikkeling.
De begeleiding waarvoor een CLB instaat, vertoont een aantal typische kenmerken:
• de leerling staat centraal;
• de begeleiding is multidisciplinair want verschillende vakmensen werken aan een oplossing in teamverband, elk vanuit hun eigen discipline;
• de geheimhouding van gegevens wordt gegarandeerd: dit waarborgt een onafhankelijke werking van het CLB-personeel tegenover scholen en andere instellingen;
• de werking van het CLB is vraaggestuurd: een CLB gaat in op vragen van ouders en leerlingen; daarnaast kan een CLB ook voorstellen tot begeleiding aan scholen doen;
• het centrum begeleidt prioritair en intensief leerlingen die leerbedreigd zijn door hun sociale achtergrond en leefsituatie;
• er is bijzondere aandacht voor leerlingen uit het buitengewoon onderwijs, het kleuteronderwijs en de aanvangsjaren van de lagere school, het technisch, kunst-, beroepssecundair onderwijs, het deeltijds beroepsonderwijs en de erkende vormingen, het eerste leerjaar B, het beroepsvoorbereidend jaar;
• de dienstverlening is gratis.
Waarom contact opnemen met het CLB?
Ouders stellen zich vaak heel wat vragen over de ontwikkeling van hun kind en dat is heel normaal. Maar wanneer moet je je als ouder écht zorgen maken over jouw kind ? Soms denken ouders dat een bepaalde situatie wel vanzelf zal veranderen of dat het probleem er wel zal uitgroeien. Bijgevolg zoeken ze geen hulp of ondersteuning. Later blijkt dan dat het probleem onderhuids bleef bestaan en ondertussen alleen maar groter werd: het kind is nog meer verward, heeft nog extra moeilijkheden gekregen, of is angstiger en nog meer ontmoedigd, enz. In dit stadium wordt de begeleiding natuurlijk extra moeilijk. Het is dus aangeraden dat ouders en/of leerlingen tijdig contact opnemen met het CLB.

SEN (Steunpunt Expertise Netwerken)

• Opdracht en missie
Het SEN wil de deskundigheid van professionelen en diensten bevorderen inzake preventie, diagnose en (be)handeling met betrekking tot het functioneren van de personen met een handicap, die behoren tot (één van) de volgende doelgroepen:

 personen met autisme
 personen met een visuele beperking
 personen met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH)
 personen met een verstandelijke beperking en bijkomende gedragsproblemen
 personen met een visuele beperking
 personen met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH)
We leggen daarbij de focus op expertiseontwikkeling en -verspreiding.

• Werking en middelen
Het SEN wordt erkend en gesubsidieerd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Het Steunpunt kreeg daartoe een erkenning via een Besluit van de Vlaamse Regering. Het Steunpunt is een vzw, waarvan de concrete werking werd vastgelegd in statuten.

 personen met autisme
 personen met een visuele beperking
 personen met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH)

• Wie is wie?
Omwille van bovengenoemde opdracht heeft het SEN er bewust voor gekozen om zich te organiseren als netwerkorganisatie. Dit netwerk bestaat uit tal van directies, experten, professionele hulpverleners en beleidsmensen op wie we steeds dankbaar een beroep mogen doen bij specifieke kwesties, vanuit hun ervaring uit de dagelijkse praktijk of in allerhande werk- en overleggroepen.

Om de continuïteit van de SEN-werking te verzekeren, wordt deze gedragen en ondersteund door een enthousiast team van medewerkers, bestuurders en stuurgroepleden.

• Planning en evaluatie
Het SEN werkt op basis van een vijfjarenplan, dat concreet gestalte krijgt in jaarplannen en jaarverslagen en . Deze documenten kan u online raadplegen. Op deze manier heeft SEN de mogelijkheid om elk jaar opnieuw, per doelgroep, de belangrijkste knelpunten en werkterreinen te bepalen en bij te sturen, wat vanzelfsprekend een flexibele werking bevordert.

• Het aanbod Van SEN

 De Expertisewinkel

SEN betaalt een deel van je onkosten als je stage loopt bij een collega-expert
of er op bezoek gaat. Je kan ook een workshop volgen, of met een expert een
knelpunt op je werk bespreken en samen een oplossing zoeken. Je provinciale
coördinator gaat samen met jou aan de slag.
Let wel: SEN komt niet tussen in kosten voor concrete dienstverlening zoals een
observatie, een test of de opmaak van een individueel handelingsplan.

 Leer- en overleggroepen

SEN brengt mensen samen die hun expertise willen uitwisselen. Dat kan in
een intervisiegroep, een werkgroep of een overleggroep. Iedereen brengt zijn
deskundigheid in en zoekt samen naar oplossingen. Zo leert iedereen van elkaar.

 Projecten

SEN verdiept zich samen met jou in een thema. Dat kan leiden tot een inventaris
van bestaande expertise, of de ontwikkeling van nieuwe. Een project mondt
meestal uit in een vormingspakket, een leertraject, een onderzoeksrapport,
een studiedag, een publicatie, een methodiek of een instrument.
OGL (Orthopedagogische groep Limburg)
Missie
Onze missie is kinderen en jongeren met ernstige gedragsproblemen en emotionele moeilijkheden in hun verstoorde ontwikkeling nieuwe kansen te bieden in samenwerking en harmonie met de ouders.
De uitvoering hiervan is complex en vergt expertise. Het vraagt een samengaan van een sterke orthopedagogische structuur met een multidisciplinair therapeutisch team.
Wij gaan er steeds van uit dat de kinderen en jongeren die wij begeleiden het beste verdienen. Daarom levert onze instelling een hoge kwaliteit bij preventie, observatie, behandeling, nazorg, vorming en adviesverlening.
Wij bieden ons hoog gekwalificeerd personeel een menselijke en stimulerende werkomgeving en streven naar een partnership met instellingen en voorzieningen met een verwant doel.
Opdrachtverklaring
Onze Campus Bethanië is gesticht in 1965 door de zusters Dominicanessen van Bethanië, die een vooruitstrevend pedagogisch project ontwikkelden voor kinderen en jongeren in probleemsituaties. Kwaliteit, zorg, engagement en professionaliteit stonden van meet af aan centraal.
In de geest van de stichters en aangepast aan de huidige pedagogische inzichten en behandelingsmethoden, blijft onze instelling een expertisecentrum in opvoedingsondersteuning en een observatie- en behandelingscentrum voor kinderen en jongeren met gedragsproblemen en/of emotionele moeilijkheden.
Wij beschouwen het als onze kerntaak het pedagogisch traject tussen ouders en kind te verstevigen en hen samen terug perspectief te geven.
Ieder kind heeft recht op een harmonieuze en stimulerende opvoedingssituatie. Daarom zetten wij een constructieve driehoeksrelatie op tussen ouders, kind en zijn hulpverleners.
Het versterken van de onderlinge verbindingen, het installeren en verbeteren van constructieve thema's is de eerste zorg. Dit vraagt een grondige analyse en begeleiding van de kindfactoren, problemen en/of stoornissen met daarbij een ondersteuning van de ouders en het aanreiken van vaardigheden opdat zij hun ouderrol opnieuw ten volle kunnen vervullen.
Integriteit
Ieder kind heeft het recht op een harmonieuze en stimulerende opvoedingssituatie. Onze eerste zorg gaat uit naar het versterken van de band met ouders en betekenisvolle figuren. We proberen de voorgestelde oplossingen in te passen in de waarden en normen van het cliëntsysteem.
We trachten een stimulerende beweging te maken: invoegen in de weg die mensen hebben afgelegd en van daaruit toevoegen, verstevigen en problemen constructief aanpakken.
We hebben het steeds over kinderen en ouders met problemen, maar vanuit geloof in groeikracht, mogelijkheden en competenties.
We streven naar zorgzaamheid, bezielend engagement, maar ook naar kennis van zaken. De methoden die we gebruiken zijn wetenschappelijk onderbouwd en getoetst op hun effectiviteit.
Een instelling is omwille van de structuur en de werking een kwetsbare plek om met allerlei vormen van probleemgedrag te worden geconfronteerd. Daarom hanteren we desbetreffend een beleid (afspraken en regels), dat het midden probeert te houden tussen absolute beveiliging en leefbaarheid in de leefgroepen.
Betrokkenheid
Van meet af aan zijn ouders en kind de eerst aangesproken partij. Wij houden op diverse terreinen maximaal rekening met de voorkeur van ouders (schoolkeuze, netwerken, vrije tijd).
We houden de werking transparant, geven inkijk in wat we doen. We streven in de diverse stappen van het handelingsproces naar een actieve dialoog. Overleg is voor ons meer dan informatie geven. Het is gericht op het versterken van zelfredzaamheid en het besef van ouderlijk verantwoordelijk zijn.
Resultaat van ons werk wordt dan ook gemeten in het dagdagelijks leven buiten de leefgroep.
Ook buiten de daartoe voorziene momenten kan de gebruiker steeds opmerkingen, vragen of suggesties kenbaar maken.
Het beëindigen van het verblijf gebeurt in nauw overleg met de gebruiker en in overeenstemming met de reglementering van het VAPH. Bijzondere omstandigheden zijn vastgelegd in het reglement van orde.
Met of zonder nazorg blijven we nog lang na de opname stand by met raad en daad.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License